1540-1579

Soeverein in IJsselstein: prins Willem van Oranje-Nassau

Het Koninklijk Huis en IJsselstein zijn nauw met elkaar verbonden. Formeel draagt koning Willem Alexander nog steeds de titel Baron van IJsselstein. Dat heeft hij te danken aan een ver familielid: prins Willem van Oranje-van Nassau, die trouwde met gravin Anna van Egmont van Buren, ondermeer vrouwe van IJsselstein.

Na de dood van Graaf Floris van Egmont, graaf van Buren en ondermeer heer van IJsselstein, in 1540, volgde Maximiliaan zijn vader (1509-1548) hem op. Graaf Maximiliaan werd opgenomen in de orde van de Ridders van het Gulden Vlies en was onder keizer Karel V, later onder zijn zoon koning Filips II, stadhouder en kapitein-generaal van Friesland, Overijssel, Groningen en Groningerland.

Hij liet zijn vrouw Françoise de Lanoy achter met een dochter, die ze Anna hadden genoemd.

Françoise stierf veertien jaar na haar man en maakte dus nog mee dat de familiebezittingen, door het huwelijk van haar schatrijke dochter op 8 juli 1551 met prins Willem van Oranje-Nassau, in handen kwamen van het Huis van Oranje-Nassau. Hiermee kwam een eind aan de eeuwenoude hegemonie van de Van Egmonts op IJsselstein.

Koning Filips II, tevens graaf van Holland, erkende Willem, na zijn huwelijk met Anna, officieel als leenheer van IJsselstein. Anna – Willem noemde haar Tanneke – had een halfbroer, een bastaard van haar vader, die Alexander van IJsselstein (†1597) heette en de kasteelheer van IJsselstein was.

In 1556 werd de heerlijkheid IJsselstein door Filips II erkend als onafhankelijke baronnie waar ook Noord-Polsbroek en Benschop onder vielen. Anna stierf jong (1558) en liet Willem met hun zoon Filips Willem en dochter Maria achter.

Willem van Oranje liet in 1560 een nieuw stadhuis bouwen dat tot 1974 dienst deed. Het pand vindt u nog steeds in het centrum van IJsselstein. Het reilen en zeilen van de baronnie liet hij over aan een drost en een rentmeester.

Het Hof van Holland stuurde 23 juli 1566, in opdracht van stadhouder generaal Willem van Oranje, toen nog katholiek, een brief naar het bestuur van IJsselstein om de protestantse voorganger en predikers in alle stilte in te rekenen, om geen opschudding onder de bevolking te wekken.

Nadat de Staten Filips II als graaf van Holland de wacht hadden aangezegd met het Plakkaat van Verlatinghe, nam Willem van Oranje de soevereiniteit van de baronnie over.

Als soevereine prins van Oranje koos hij ervoor de baronie niet onder het graafschap Holland te laten vallen. De ligging was strategisch: vlakbij Gelderland en op de grens van Utrecht en Holland. In de praktijk bood het een vrijhaven voor schuldenaren en misdadigers, die in de omringende graafschappen werden vervolgd.

Reformatie

Op zondag 27 oktober 1577 waren de protestantse preken in de omliggende gemeenten weer begonnen en vonden een paar prominente hervormden in IJsselstein de tijd rijp om een plaats op te eisen waar ze hun godsdienst konden beoefen; ze namen voor dat doel de kloosterkerk van Onze-Lieve-Vrouwenberg in. Om er zeker van te zijn dat ze niet werden tegengewerkt, hadden ze uit Haarlem een aantal musketiers gevraagd om hen te helpen. Eenmaal binnen luidden ze de klok en stroomde de kerk vol. De toeloop van kerkleden was zo groot, dat ze de met Allerheiligen de katholieke parochiekerk ook wilden innemen, ondanks de waarschuwingen van prins van Oranje, die dit onverstandig vond.

Maar op de feestdag van Sint-Nicolaas, waarnaar de parochiekerk was genoemd, konden ze zich niet langer beheersen en stormden ze de naar binnen om de beelden van hun voetstukken te gooien en de altaren uit te kleden, zodat de kerk geschikt werd voor de Hervormde kerkdiensten.

Kasteelheer Alexander van IJsselstein steunde de Reformatie in 1579 en nam deel aan het Verbond der Edelen die protesteerden tegen de maatregelen die Filips II afkondigde. Alexander werd lid van de geuzen en droeg als teken een rode sjaal om zijn hals.

De kloosterkerk in de stad werd omgebouwd tot een gasthuis en vijf deftige woonhuizen. Alle zilveren en vergulde objecten uit de kerk werden aan Breda verkocht voor tweeduizend gulden.

Mariabeeld stil in stromende IJssel

Bij de Reformatie in 1579 werd de kapel van Onze Lieve Vrouwe in Eiteren gesloten. Het Mariabeeld, dat nu nog in de jaarlijkse processie in juni wordt meegevoerd, werd in de IJssel gegooid. Daar bleef het volgens de gelovigen, ondanks de stroming, op dezelfde plek in het water drijven. Kinderen van vissers haalde het eruit en brachten het in veiligheid.

Dood van graaf Maximiliaan van Egmont van Buren

Toen Karel V het graafschap Buren tot hertogdom wilde verheffen, zonder daar financiële consequenties aan te verbinden, weigerde graaf Maximiliaan. Hij was ‘Liever een rijke graaf, dan een arme hertog’, zei hij.

Maximiliaan haalde de 40 jaar niet, in de nacht van 23 december 1548 in Brussel stierf hij aan een keelontsteking, nadat hij met Karel V naar Engeland was geweest. De lijfarts van Karel V vertelde hem de dag ervoor tegen middernacht dat hij nog hooguit zes uur te leven had. Maximiliaan nam dit rustig op en vroeg zijn vrienden, de heren van Granvelle en van Ligne aan zijn bed om de laatste zaken te regelen.

Het laatste sacrament was al toegediend, toen zijn wakende vrienden die op zijn overlijdensbericht wachtten, de deur van zijn kamer zagen opengaan en Maximiliaan zagen staan in zijn harnas, met de keten met het Gulden Vlies om zijn nek. Hij sprak hen vriendelijk toe en gaf hen een hand. Vervolgens vroeg hij om de gouden beker die hij altijd gebruikte bij feestmalen, terwijl hij terugblikte op zijn leven, waarin hij met name de warmte en gunsten die keizer Karel V hem had gegeven noemde. Vervolgens deed hij het Gulden Vlies af en gaf dat aan de heer van Ligne met het verzoek dit aan Filips II terug te geven. Ondersteund door twee lijfknapen, toostte hij nog een laatste keer.

Het was een indrukwekkend moment. De aanwezige mannen hielden het dan ook niet droog. Op zijn verzoek brachten zijn beide vrienden hem terug naar bed, maar zover kwamen ze niet; hij overleed voordat ze hem op bed konden leggen.

De laatste heer van IJsselstein uit het geslacht van Egmont werd begraven in de kerk van Buren.