1572-1648

Voordrachten van de Goudse rederijkers

Onder: De intrede van De Goudsbloem in Haarlem in 1606 werd op papier vastgelegd door de toenmalige keizer en kunstschilder Wiert Aerts. Die tekening werd opgenomen in het rederijkerstuk Constthoonende Iuweel (Haarlem 1607).

Toen Gouda in 1572 koos voor Oranje, ging er een heel andere wind waaien en dat greep ook in op de tradities van de toneel- en dichtgezelschappen. De katholieke gemeenschap met zijn normen en waarden, waar hun uitingen, al dan niet schertsend, op waren gebaseerd, kreeg een andere invalshoek. De katholieke feestdagen waarop werd opgetreden, kwamen te vervallen.

De acteurs van deze amateurgezelschappen stonden van oudsher bekend als de rederijkers. Hun voorzitter droeg de titel keizer. Ze gaven acte de présence bij haagspelen, gehouden om geld op te halen, bijvoorbeeld voor de bouw van bejaarden-, of weeshuizen of herstelwerkzaamheden na een grote brand. Na de omwenteling werden zaken als de overwinningen van de Oranjegezinden tijdens de Tachtigjarige Oorlog door hen bejubeld.

De door de stad Gouda gesubsidieerde rederijkerskamer De Goudsbloem kreeg in 1575 gezelschap van een tweede club, die zich De Geele Fiolette noemde. Bij dit gezelschap meldden zich vooral mensen die uit Vlaanderen waren gevlucht.

Tot 1590 traden de gezelschappen niet vaak op, maar met de nieuwe keizer die De Goudsbloem kreeg werd deze club actiever. Ze namen deel aan grote haagspelen in Holland. Beide clubs deden in 1593 in Zandvoort mee en in 1596 in Leiden ten bate van de bouw van een pest- en dolhuis.

Beide clubs fuseerden in hetzelfde jaar en gingen als De Goudsbloem verder. Een jaar later gingen de rederijkers opnieuw naar het inmiddels door brand getroffen Zandvoort voor haagspelen die waren georganiseerd om geld in te zamelen.

In 1618 probeerde Vlaamse immigranten in Gouda een eigen kamer op te richten, maar een verzoek om een bijdrage van de stad werd niet gehonoreerd, daarom moest deze kamer, De Balsumbloem, zichzelf bedruipen tot 1640.

Gouda was tot 1645 vertegenwoordigd op vrijwel alle wedstrijden die in Holland werden gehouden, daarna zakte het wat in. Het frivole gedoe werd door de gereformeerde predikanten afgekeurd.

De laatste optredens waren ter gelegenheid van de Vrede van Munster in 1648, drie jaar later werd De Goudsbloem opgeheven.

De teloorgang kwam waarschijnlijk door de opkomst van moderne stukken van de Renaissance, waar de stedelijke elitie zich meer mee vermaakte dan met de burgelijke, ouderwetse dichtvormen van de rederijkers. Joost van de Vondel, P.C. Hooft en Shakespeare schreven stukken die meer belangstellenden trokken.

Zelfs buitenlandse gezelschappen wisten Gouda te vinden. 

Blazoen van De Goudsbloem

 

Bron voor dit artikel: Duizend Jaar Gouda uitgegeven door Historische Vereniging Die Gouda