1573-1672

Goudse Sint-Janskerk is langste van Nederland

Op de plek van de Goudse Sint-Janskerk had al een aantal kerken gestaan voordat de Gouden Eeuw begon. De huidige kerk, gebouwd op funderingen uit de 15e eeuw, had in 1552 door blikseminslag een brand te verduren gehad, waarna hij werd hersteld.

De beeldenstorm ging aanvankelijk aan deze langste kerk van Nederland voorbij, omdat het stadbestuur trouw bleef aan koning Filips II van Spanje. De gevluchte Prinsgezinden kwamen echter terug en kregen al rap de overhand in de stad en de meerderheid in het stadsbestuur. Dit besloot vervolgens om zich achter de Prins van Oranje te scharen. Hun voorwaarde was dat er godsdienstvrijheid moest zijn voor beide stromingen.

Dit kon niet voorkomen dat drie weken later een protestantse menigte de kerk binnenstroomde om de kerk te plunderen. De meeste voorwerpen van waarde waren toen gelukkig al verwijderd. De glas-in-lood ramen van Crabeth bleven gespaard, zelfs het raam dat koning Filips II en zijn gemalin Mary Tudor aan de kerk hadden geschonken, waar ze zelf op zijn afgebeeld.

Daarna klonk het hol in de lege kerk, want de Staten van Holland verboden de uitoefening van het rooms-katholieke geloof, ondanks de gemaakte afspraken. De kerk werd in 1573 in gebruik genomen door de gereformeerden. Gelovigen tijdens zo’n dienst moesten blijven staan of wat rondlopen, want alleen mensen die het zich konden verloven, mochten gebruik maken van de zitplaatsen.

Drie jaar lang duurde de werkzaamheden aan de verhoging van het middenschip tot op koorhoogte. Dit was in 1593 klaar. De investering in nieuwe glazen gingen gewoon verder. De glazen over het Ontzet van Leiden werden geschonken door de stad Delft en Het ontzet van Samaria door de stad Leiden. Ook Rotterdam en Amsterdam schonken glazen. Hoog in de dwarsbeuk, het middenschap en het torenportaal komt twaalf keer het wapen van Gouda terug.

De toren werd bekroond met een nieuwe spits en zo werd het langzaam een basilicale kerk. Doordat de dubbele rij dwarskappen haaks aansluit op de hoofdbeuk, konden de vensters tot bijna aan het dak worden opgetrokken en ontstond er een prachtige lichtwerking. Om het dak niet te zwaar te maken, kreeg het houten tongewelven.

De bouwstijl is de Hollande gotiek: sober, geen fratsen als luchtgewelven of ornamenten. Er zijn ook spitsbogen, maar ronde bogen toegepast, zoals paste in de renaissance die soberheid betrachtte.

Vanwege de glas-in-lood-ramen is de kerk wereldberoemd. De glazen worden tegenwoordig aan de buitenzijde beschermd door transparante ruiten en kunnen er eenvoudig uit worden genomen voor onderhoud of om ze elders te exposeren, zoals onlangs met 9 ruiten gebeurde in het Rijksmuseum. 

Alle 70 glas-in-lood ramen van de kerk zijn genummerd. Van de bekendste 'glazeniers', de gebroeders Dirck en Wouter Crabeth, is een twintigtal ramen in de St.-Janskerk van Gouda aanwezig. De schenkers van de 16e-eeuwse glazen zijn veelal afgebeeld in de benedengedeelten van de ramen met hun heraldische wapens, die daarmee een bron van bestudering vormen. Na de pauze die volgde na 1572, werd in 1594 de beglazing voltooid.

De kerk is 123 meter lang en 49 meter breed.