1584-1646

Kasteel  te Vliet in Rozendaal

Van het kasteel Te Vliet in het buurtschap Rozendaal van de voormalige heerlijkheid Te Vliet aan de Goudsestraatweg tussen Haastrecht en Oudewater, rest alleen nog een stuk muur van 135 centimeter dik. Aan twee kanten is nog te zien dat er een gracht was. Vermoedelijk had het kasteel vroeger een voorburcht aan de zuidzijde. De donjon (woontoren) had een kelder. Het stuk muur is waarschijnlijk de noordkant daarvan. In deze wand is het restant van een venster en een schoorsteenka- naal te zien.

De heren van den Vliet bemoeiden zich weinig met het reilen en zeilen van de stad Oudewater. Baljuw Jan IV van den Vliet, getrouwd met Maria van Duivenvoorde, stierf in 1584, hun enige zoon Hubert volgde kort daarop. Misschien werd daarom het slot, dat waarschijnlijk in zeer slechte was, nooit opgeknapt.

Van den Vliets dochter Hendrina huwde in 1604 met Jan van Doornik. Ze kregen een dochter die jong overleed. De heerlijkheid met het kasteel werd toen geërfd door Jans neef

Anton van den Vliet die trouwde met Geertruida van Bronkhorst. Na Antons dood ging het over op zijn zus Maria en toen zij kinderloos overleed naar hun jongste zus Emerentia. Hun achternichtje Anna kreeg als laatste telg de heerlijkheid in bezit, waarvan wordt vermoed dat het kasteel toen allang een ruïne was.

In 1624 stierf de laatste erfgename van de stichters van het kasteel Ter Vliet: jonkvrouw Anna van Vliet, getrouwd met Andries van Bronkhorst. Driehonderd jaar lang was het toen in eigendom geweest van de nazaten van de stichter Gerrit van Woerden. Anna’s zwager jonker Willem van Bronkhorst kreeg het na haar overlijden in handen.

In een boek van Gouthoven uit 1632 staat dat kasteel Te Vliet een ruïne is; vergaan, maar niet gevallen.

Van de geschiedenis van Te Vliet is niet bekend of er ooit een belegering of slag heeft plaatsgevonden. De tekening van Roeland Roghman uit 1646 bevestigt dat Te Vliet compleet vervallen is.

Toen stadhouder Willem III het gebied tijdens het Rampjaar in 1672 bezocht trof hij er volgens de verslagen een bouwval aan.

Tekening Roelant Roghman, 1646 - 1650

 

13e eeuw

Het slot werd waarschijnlijk gebouwd tussen 1250 en 1300 door Gerrit van den Vliet (de broer van Herman van Woerden). In 1515 was donjon er nog.
Het overgebleven muurfragment is vermoedelijk een deel van de noordgevel van de donjon. Het kasteel was in 1497 al in zo’n slechte staat dat het geen gevangenen kon opnemen.

De heerlijkheid waartoe de ruïne behoorde, zou in 1755 ge- kocht worden door de Goudse koopman Theodorus Bisdom, zodat hij de titel heer kon dragen.
De stichting Bisdom van Vliet waarin alles werd onderge- bracht door laatste telg van de familie: jonkvrouwe Paulina Maria Lefèvre de Montigny-Bisdom van Vliet, verkocht het restant in 1985 aan de particulier G. Pons.