1650-1676

Goudse zeeheld Jan den Haen

Schilderij: Zeeslag om Palermo, Pierre Puget (1677). Museo Naval Madrid

In de Gouden Eeuw was de handelsvloot wereldwijd verantwoordelijk voor de rijkdom van de Lage Landen. Maar dat had zijn keerzijde, want er waren letterlijk altijd kapers op de kust. Alleen een sterke oorlogsvloot kon voorkomen dat vijanden er met de handel en de schepen vandoor gingen. Deze oorlogsschepen werden ook ingezet bij conflicten tussen de naties. We kennen allemaal de zeehelden Tromp en De Ruyter. Maar de Goudse admiraal Jan den Haen kreeg niet zo’n heldenstatus en ging roemloos ten onder tijdens een ongelukkige zeeslag in Italië. Toch maakte Jan heel veel mee in de 27 jaren die hij bij de marine van de Repubuliek der Zeven Provinciën diende.

Jan den Haen werd in 1630 geboren als zoon van de Goudse messenmaker Jan Jansz den Haen en Aefken Crijnen Hola. Al jong had hij al een fascinatie voor schepen en deed hij klusjes voor schippers die in de haven lagen. In 1650 vertrok Jan uit Gouda om in dienst te kunnen treden bij zijn oom Cornelis (Kees) Hola, een kapitein van de Admiraliteit van Amsterdam.

Wonen aan de Turfmarkt

Jan trouwde in 1652 met Magdalena Cools en voer in datzelfde jaar als schrijver op het schip De Gouda tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog onder zijn oom Kees Hola. Toen zijn oom wegens lafheid in het jaar daarop in ongenade was geraakt, stapte Jan over op de Bommel van kapitein Pieter van Brakel. In 1654 kocht hij zijn eerste huis De Bonte Koe in Gouda aan de Turfmarkt 92/94. Zijn vrouw Magdalena had daar kort plezier van, want na de dood van hun zoontje Jan, stierf ook zij een jaar later.

Jan maakte promotie en werd in 1656 benoemd tot luitenant. Als luitenant-commandeur van het schip de Haarlem (40 kanonnen) vocht hij op 29 oktober 1658 bij de Slag in de Sont. Dat was ook het jaar dat hij hertrouwde met Hillegond Hendricksdr Kleynmeel. Op 12 maart 1659 werd hij op de Haarlem buitengewoon kapitein.

Door een ziekte die hij in Denemarken opliep, werd hij echter gedwongen naar Nederland terug te keren en moest hij zelfs aankloppen bij de armenzorg, want als buitengewoon officier werd zijn gage niet door de Admiraliteit doorbetaald.

Vanwege de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog werden weer manschappen geronseld en kon Den Haen opnieuw aanmonsteren bij de marine. Hij kreeg in 1665 het bevel over de Stad en Lande om mee te doen aan de Slag bij Lowestoft in het Vijfde Eskader onder vice-admiraal Cornelis Tromp. Jan heroverde tijdens deze slag het schip de Great Charity op de Engelsen, dat eerder onder Nederlandse vlag voer. Ook al verliet hij daar met zijn oorlogsbuit het slagveld zonder order, als beloning kreeg hij een gouden ereketen en de theoretische tegenwaarde van het schip, 10.000 Engelse ponden.

Financieel stond hij er nu plots veel beter voor. Met dat geld lostte hij zijn hypotheek op De Bonke Koe af en kocht hij een nieuw huis op de Turfmarkt, dat later bekend zou worden als Het Admiraalshuis. Ook kreeg hij van de Admiraliteit een vast dienstverband en het commando op de Calantsoog, een oorlogsbodem met 68 kanonnen.

In de Vierdaagse Zeeslag in juni 1666 tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog, die plaatsvond tussen de Engelse en Vlaamse kust, raakte de Calantsoog zwaar beschadigd. Het jaar daarop voer hij met zijn schip mee in de Tocht naar Chatham in het eskader van luitenant-admiraal Willem Joseph van Ghent. Dat leverde hem in 1670 een bevordering op tot schout-bij-nacht.

Schout-bij-nacht op de Gouda

Tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, kwam Jan als kapitein terug op de Gouda, waar hij als jongen bij zijn oom Kees als schrijver was begonnen. Als schout-bij-nacht was hij plaatsvervangend vice-admiraal. Het schip van de schout-bij-nacht voer in de regel als hekkensluiter van een eskader. De Gouda speelde een rol in 1672 bij de Slag bij Solebay onder Michiel de Ruyter. Na afloop verving hij vice-admiraal Isaac Sweers. Den Haen, die Orangist was, beschuldigde na dit treffen vijf officieren van lafheid, volgens de krijgsraad ten onrechte. Hij maakte daarmee geen vrienden onder de andere officieren van de Republiek.

In 1673 was hij zowel bij de Eerste als de Tweede slag bij Schooneveld van de partij, opnieuw als secondant van Cornelis Tromp. Jans optreden tijdens de Slag bij Kijkduin, waarbij de Engelsen werden verslagen en Den Haen van schip moest wisselen, werd op 6 oktober 1673 beloond met zijn benoeming tot vice-admiraal, als vervanger van de gesneuvelde Isaac Sweers.

Zijn privévermogen nam gestaag toe. In dat jaar kocht hij in Gouda de voormalige Barbarakapel op de hoek van de Keizerstraat en de Kuiperstraat.

Gevechten bij Italië

Na de Franse invasie waren de rollen omgedraaid en de Spanjaarden de bondgenoot van Nederland geworden. Daarom werd admiraal Tromp in 1674 naar de Middellandse Zee gestuurd om de Spaanse vloot te ondersteunen bij de verovering van de Franse kust met Den Haen als hoofd van een smaldeel als zijn rechterhand.

In augustus 1675 kreeg vice-admiraal Den Haen opdracht van De Ruyter om met zijn eskader, waarin ook de Goudse kapitein Pieter van Middellandt met de Steenbergen voer, richting Zuid-Italië te koersen om de bevolking van Messina in Calabrië te helpen die in opstand was gekomen tegen de Franse overheersers.

Er was geen klik tussen De Ruyter en Den Haen, de laatste voelde zich niet serieus genomen en wilde niet met de Spanjaarden samenwerken. Den Haen had met zijn eskader niet gewacht om met de hoofdvloot mee te varen, maar was naar Napels gevaren om te zien of daar wat met handel te verdienen viel. Na herhaalde orders van De Ruyter, keerde hij pas na zeven weken, op oudjaarsdag, met zijn oorlogsschepen bij de hoofdvloot terug, die intussen in een haven lag, niet ver van de ingang van de door de Franse vloot gecontroleerde Straat van Messina tussen Sicilië en Calabrië.

Den Haen kreeg daar bonje met schout-bij-nacht Pieter van Middellandt van het schip de Steenbergen, die niet met Jan was meegegaan en wel op De Ruyter had gewacht, een ruzie die door De Ruyter moest worden bijgelegd.

Bij de Slag bij Stromboli op 8 januari 1676 tegen de Fransen, verloor de Nederlandse vloot, die inmiddels hulp had gekregen van een Spaans schip, maar Napels bleef wel voor Spanje behouden. In april troffen ze de sterke Franse vloot onder Duquesne opnieuw. Deze keer kort maar hevig in de Slag bij Agusta aan de oostkust van Sicilië. Er vielen bij dit treffen veel gewonden en doden, waaronder De Ruyter, maar er ging geen schip verloren. Den Haen, die het derde eskader aanvoerde, kon niet op tijd bij de gevechten aan de frontlinie komen, omdat het tweede eskader, bestaande uit Spaanse schepen die inmiddels waren gearriveerd, hem ophield.

Admiraal door sneuvelen De Ruyter

De Krijgsraad benoemde Jan na het overlijden van De Ruyter tot bevelhebber over de vloot en daardoor wapperde de admiraalsvlag op de Gouda (76 kanonnen), toen ze met het ge­balsemde lichaam van De Ruyter via de zuidkant van Sicilië naar Palermo voeren voor reparaties.

Den Haen zond een brief naar prins Willem III van Oranje met het advies om Cornelis Tromp tot opvolger van De Ruyter te benoemen. Tegelijkertijd verzocht hij de Admiraliteit van Amsterdam of hij als opvolger van Tromp de nieuwe luitenant-admiraal kon worden.

Wat ook het antwoord zou zijn geweest, die post kreeg hij nooit. Zijn achterhoofd werd eraf geschoten tijdens de Slag bij Palermo op 2 juni 1676. Daar lag de Spaans-Nederlands vloot nog voor reparatie toen de Fransen er voor de wind branders op af konden sturen.

Jan den Haen (46) stond voor de grote mast op het vinkennet, toen hij door de kogel werd getroffen. Zijn stadsgenoot en schout-bij-nacht Pieter van Middellandt was al een paar dagen ziek in zijn kajuit toen zijn schip de Eendracht in brand vloog. Om zijn leven te redden sprong Pieter uit een raam en verdronk.

Het praalgraf van De Ruyter, gemaakt door beeldhouwer Rombout Verhulst, was het laatste dat voor zeehelden van de natie werd opgericht, want toen de Admiraliteit van Amsterdam ook een praalgraf voor Den Haen wilde laten oprichten – de opdracht was al gegeven aan Verhulst – werd dat door de Staten-Generaal verboden. Jan was immers niet door de overheid, maar door de krijgsraad tot vervangend vlootaanvoerder benoemd. Een eerbetoon was ook niet passend vanwege het grote verlies dat de vloot onder zijn leiding had geleden bij Palermo. Mogelijk speelde zijn eigengerijde gedrag een rol en de ‘moeilijke geaardheid’, waarvan Michiel de Ruyter hem had beticht.

Graf in Sint Janskerk

Den Haen werd op 26 april 1677, bijna een jaar na zijn dood, in de Goudse Sint Jan begraven aan de voet van glas 22. Een rouwbord met zijn naam, de overlijdensdatum en zijn degen werden in de kerk opgehangen. Ze zijn nu in Museum Gouda te zien.

Van Jan den Haen zijn geen portretten gemaakt, zoals van de andere zeehelden De Ruyter en Tromp. Daardoor weten we niet hoe hij eruit heeft gezien.