1668

Pieter Post bouwmeester Goudse Waag

In Gouda staan een aantal eeuwenoude, markante gebouwen, waarvan het stadhuis en de Sint-Janskerk misschien de meeste aandacht krijgen. De Waag of Kaaswaag, die recht achter het stadhuis staat, wordt vaak als derde genoemd. Hij is aan het eind van de Gouden Eeuw gebouwd en is dus de jongste van de drie. De stad gaf bouwmeester Pieter Post de opdracht de Waag te bouwen, toen zij in 1667 voor 15 jaar het waagrecht van de Hollandse Rekenkamer mocht pachten.

De Goudse geschiedschrijver Ignatius Walvis meldde dat voor de bouw een aantal huizen aan, en direct achter de Markt, moest verdwijnen om de bouw mogelijk te maken. In mei 1670 was het pand klaar en konden de weegschalen in het nieuwe gebouw worden opgehangen. Pieter Post maakte dat niet mee, want die was toen al overleden. Het orginele reliëf in de voorgevel werd gemaakt door beeldhouwer Bartholomeus Eggers. De afgebeelde Arabier staat waarschijnlijk symbool voor een koopman. Ter weerszijden van het reliëf werden de wapens van de vier burgemeesters van Gouda geplaatst: links de wapens van Floris Cant en Gerard Sterre en rechts de wapens van Donatus van Groenendijck en Jacob Bonser. De Waag werd hoofdzakelijk zo hoog gemaakt om te pronken met de rijkdom van de stad. De maatvoering gekozen om niet weg te vallen bij het hoge stadhuis. De bovenverdieping was voor het wegen niet nodig, maar kon als wapenkamer dienstdoen voor de Goudse schutterij. 

Hoogte bepalend voor belendende panden

Ook toen was er sprake van een bestemmingsplan, want met de bouw van de Waag werd ook de hoogte van de andere gebouwen in de omgeving bepaald. Zo moest de daklijst van herberg De Zalm, die direct daarna werd gebouwd, minstens zes voet lager te zijn dan die van De Waag. Vandaar de tekst op de gevelsteen van de Zalm onder de afbeelding van een zalm: Niet te hooch niet te laech van passe.

Hoe ging het verder met De Waag?

In 1799 werden op last van de Franse bezetters de familiewapens van de burgemeesters weggekapt. De reliëfs van de wapenschilden bleven gespaard. Negen jaar later hoefde Gouda ook geen waagrecht meer te betalen. Hoewel op de begane grond alle handel werd gewogen, denk aan graan en touw, kwam er na verloop van tijd alleen nog kaas op de schaal.

In opdracht van burgemeester James werden de familiewapens van de burgemeesters terug op de wapenschilden geschilderd bij de restauratie in de vijftiger jaren van de 20e eeuw.

Eind 21e eeuw is het orginele reliëf, dat in slechte staat verkeerde, van de gevel verwijderd. Bij de demontage bleek het gebroken te zijn. Na herstel is het gerestaureerde orgineel in het gebouw ter bezichtiging opgesteld om verdere verwering te voorkomen.

 

Aan de buitenzijde hangt nu een kopie van het reliëf, gehakt uit hetzelfde witte marmer dat door de tand des tijds net zo grijs moet worden als het orgineel en kreeg de koopman met de tulband een rol perkament in zijn hand.